Het Vlaams Parlement heeft op 9 februari 2024 definitieve wijzigingen aan het decreet van 16 januari 2004 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging goedgekeurd en bekrachtigd. Deze aanpassingen, die op 5 maart 2024 werden gepubliceerd en op 15 maart 2024 in werking traden, hebben als doel de regelgeving rond uitvaarten en begraafplaatsen te moderniseren en te verduidelijken. De hervormingen omvatten onder meer de mogelijkheid voor private participatie in intergemeentelijke crematoria en een herziening van de bepalingen rond lijkbezorging en concessies burgerzaken.vlaanderen.
Het oorspronkelijke decreet van 16 januari 2004 regelt de gewestaangelegenheden betreffende begraafplaatsen en lijkbezorging in Vlaanderen Decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging. Dit decreet stelt onder meer dat elke gemeente over minstens één begraafplaats moet beschikken en dat enkel gemeenten of intergemeentelijke samenwerkingsverbanden crematoria mogen oprichten en beheren openjustice.be. Het voorziet ook in de verplichting voor begraafplaatsen en intergemeentelijke crematoria om te beschikken over een urnenveld, een strooiweide en een columbarium. Een besluit van de Vlaamse Regering van 14 mei 2004 specificeert de organisatie, inrichting en het beheer van deze faciliteiten, inclusief definities van termen zoals opgraven, ruimen en thanatopraxie Besluit van de Vlaamse Regering tot organisatie, inrichting en beheer van begraafplaatsen en crematoria.
Een van de belangrijkste wijzigingen in het nieuwe decreet is de opening voor private participatie in intergemeentelijke crematoria. Voorheen was de oprichting en het beheer van crematoria uitsluitend voorbehouden aan gemeentelijke of intergemeentelijke entiteiten. Deze aanpassing kan leiden tot nieuwe samenwerkingsvormen en investeringen in de sector van de lijkbezorging.
De wijzigingen zijn het resultaat van uitgebreide besprekingen, waarbij organisaties zoals de VVSG (Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten), Burgerzaken Vlaanderen vzw en het Netwerk Begraafplaatsen Vlaanderen betrokken waren. Deze organisaties hebben nota's opgesteld met standpunten en voorstellen voor verdere aanpassingen, ingegeven door de praktijkervaringen van lokale besturen. Hoewel niet alle voorgestelde aanvullingen en standpunten zijn overgenomen in de definitieve tekst, zijn er wel significante veranderingen doorgevoerd .
Naast het decreet op de begraafplaatsen en de lijkbezorging van 2004, zijn ook het decreet van 12 juli 2013 betreffende subsidies voor gebouwen van de eredienst, niet-confessionele morele dienstverlening en crematoria, en het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur aangepast. Deze bredere aanpak toont aan dat de Vlaamse overheid een integrale visie heeft op de regelgeving rond overlijden en de daaruit voortvloeiende diensten.
De hervormingen benadrukken de intentie om het lichaam van een overledene niet te laten deel uitmaken van commerciële praktijken, een principe dat in de oorspronkelijke berichtgeving over de hervormingen werd genoemd. Dit impliceert een focus op ethische overwegingen en het waarborgen van respectvolle omgang met de overledene en nabestaanden, terwijl tegelijkertijd ruimte wordt gecreëerd voor efficiëntere dienstverlening.
De VVSG, die regelmatig nieuws en updates publiceert over relevante thema's voor lokale besturen vvsg.be, heeft een actieve rol gespeeld in de discussies voorafgaand aan de decreetswijzigingen. Hun inbreng, samen met die van Burgerzaken Vlaanderen vzw en het Netwerk Begraafplaatsen Vlaanderen, heeft bijgedragen aan de uiteindelijke vormgeving van de nieuwe regelgeving.
De wijzigingen aan het decreet van 2004 volgen op eerdere aanpassingen, zoals het decreet van 14 februari 2011, dat eveneens betrekking had op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, zij het vanuit het perspectief van de Duitstalige Gemeenschap openjustice.be. Dit toont aan dat de regelgeving rond dit gevoelige onderwerp regelmatig wordt geëvalueerd en bijgestuurd om aan te sluiten bij maatschappelijke ontwikkelingen en behoeften.