Het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) heeft geoordeeld dat het verbod op loszittende zwemkledij in zwembaden in bepaalde gevallen leidt tot discriminatie. Dit betreft zowel een moslima die in Waregem niet in lichaamsbedekkende kledij mocht zwemmen, als een trans man die in Lanaken een loszittende zwembroek wilde dragen vrt.be. De Geschillenkamer van het VMRI adviseert de betrokken gemeenten en zwembaden om hun reglementen aan te passen.
In Waregem diende een moslima een klacht in omdat zij in zwembad De Treffer niet mocht zwemmen in een badpak dat haar polsen en enkels bedekt, gecombineerd met een loszittende tuniek of rok. Deze kledingkeuze is voor haar belangrijk vanuit haar geloofsovertuiging om haar lichaamsvormen te verhullen focus-wtv.be. Het zwembad hanteert een strikt beleid van nauwsluitende zwemkledij, naar eigen zeggen om hygiëne en veiligheid te waarborgen. De Geschillenkamer van het VMRI concludeerde dat dit verbod neerkomt op indirecte discriminatie op grond van geloof. Hoewel de doelstellingen van hygiëne en veiligheid legitiem zijn, stelt het instituut dat een algemeen verbod op loszittende kledij niet noodzakelijk is om deze doelen te bereiken. Aangepaste, lichaamsbedekkende zwemkledij van geschikt materiaal kan volgens het VMRI wel degelijk voldoen aan de hygiënische normen . Er zou ook geen bewijs zijn dat dergelijke kledij minder veilig is.
Ondanks het advies van het VMRI is het stadsbestuur van Waregem niet van plan het reglement aan te passen. Sportschepen Margot Desmedt (CD&V) benadrukt dat het om "indirecte" discriminatie gaat en stelt dat het verbod niet specifiek gericht is op boerkini's, maar ook op bijvoorbeeld loszittende zwemshorts .
Parallel aan deze zaak heeft de Geschillenkamer van het VMRI ook geoordeeld dat het verbod op losse zwemkledij discriminerend is voor trans mannen. Een trans man diende een klacht in tegen het zwembad Sportoase Montaignehof in Lanaken, waar enkel aansluitende zwembroeken zijn toegestaan. De klager wilde een loszittende zwembroek dragen om te verbergen dat hij nog geen geslachtsoperatie heeft ondergaan vrt.be. Het VMRI volgde deze redenering en sprak van indirecte discriminatie op grond van genderidentiteit en -expressie. Het verbod verhindert volgens het instituut dat trans mannen in een vergelijkbare situatie het zwembad kunnen gebruiken zonder dat hun genderidentiteit bekend wordt bij anderen.
Ook in dit geval erkent de Geschillenkamer dat het zwembad legitieme doelen nastreeft, zoals hygiëne, veiligheid en duurzaamheid. Echter, het VMRI betwist de noodzaak van een algemeen verbod om deze doelen te bereiken. Voor hygiëne zouden alternatieven zoals grondig douchen en het toestaan van zwemkledij in specifieke stoffen overwogen kunnen worden. Wat duurzaamheid betreft, stelt het instituut dat er zwemkledij bestaat van aangepast textiel die niet significant meer water opschept dan aansluitende kledij .
De uitspraken van het Vlaams Mensenrechteninstituut benadrukken de complexiteit van zwembadreglementen en de impact ervan op diverse bevolkingsgroepen. Het instituut roept op tot een heroverweging van de regels om discriminatie te voorkomen en inclusie te bevorderen, zonder de legitieme belangen van hygiëne en veiligheid uit het oog te verliezen.