Het sportevenement Stadskriebels heeft een opvallende nieuwe thuisbasis gevonden. Voor het eerst werden de deuren van het iconische Koning Boudewijnstadion wijd opengezet voor een grote groep sportliefhebbers uit de hoofdstad. Deze verplaatsing markeert een belangrijke verschuiving voor het festival, dat voorheen vooral plaatsvond in de Brusselse binnenstad of op de site van Tour & Taxis. Door de arena te gebruiken, kreeg het evenement een grootschaliger en prestigieuzer karakter.
De schaal van het evenement was indrukwekkend, met de aanwezigheid van maar liefst 57 verschillende sportclubs die hun passie en expertise deelden met het publiek. De bezoekers konden zich over een breed scala aan disciplines verwennen, waarbij de focus niet enkel op kijken lag, maar vooral op actieve deelname. Volgens berichtgeving van Bruzz was dit de eerste keer dat dit specifieke stadion als decor diende voor het festival, wat een nieuw hoofdstuk in de geschiedenis van Stadskriebels inluidde.
De sportieve variatie was enorm en sprak alle leeftijdsgroepen aan. Bezoekers konden zich fysiek uitproberen in disciplines zoals boulderen, klimmen, skateboarden en parkour. Ook meer traditionele sporten en artistieke elementen waren aanwezig, waaronder boksen, judo en atletiek. In een bericht van brussel-j.be werd specifiek benadrukt dat de nadruk dit jaar sterk lag op de atletiekonderdelen. Daarnaast boden activiteiten zoals een ninjaparcours, een zipline en diverse circus-technieken een unieke ervaring voor de aanwezigen. Naast de sportieve uitdagingen zorgden podia met muziek en dans voor een feestelijke sfeer die de hele dag aanhield.
Een van de meest intense momenten van de dag was de terugkeer van de competitieve 2-uursloop. Tijdens deze uitdaging streden de 19 verschillende Brusselse gemeenten tegen elkaar om de titel. Deelnemers probeerden in een onafgebroken periode van twee uur zoveel mogelijk rondjes op de piste of het veld te voltooien voor hun eigen gemeente. Het startschot voor deze spannende strijd werd gegeven door de Brusselse staatssecretaris voor Sport, Jeugd en Cultuur, Ans Persoons. In een prezly.com werd beschreven hoe het stadion transformeerde tot een plek waar sport en spel centraal stonden, waarbij de competitie tussen de gemeenten vooral gericht was op verbinding en plezier.
De keuze voor het Koning Boudewijnstadion, een arena die normaal gesproken gereserveerd is voor de sporttop en de nationale ploeg van de Rode Duivels, was een bewuste keuze voor toegankelijkheid. Het doel was om een plek die vaak geassocieerd wordt met wereldsterren en internationale evenementen, open te stellen voor de gewone burger. De aanwezigheid van de duizenden Brusselaars in deze monumentale omgeving zorgde voor een bijzondere sfeer.
Om de grote toestroom aan bezoekers te beheren, was een goede organisatie cruciaal. Hoewel de toegang tot het festival gratis was, moesten deelnemers aan de sportactiviteiten een polsbandje dragen. Volgens de praktische informatie van sportinbrussel.be was het raadzaam om zich vooraf te registreren om de wachttijden te minimaliseren. Voor degenen die dat niet hadden gedaan, was er ter plaatse een registratiestand beschikbaar. De organisatie heeft bovendien ingezet op inclusiviteit, waarbij de meeste sportstanden toegankelijk werden gemaakt voor personen met een beperking. De bereikbaarheid van het stadion via de bestaande metro- en tramnetwerken en de aanwezigheid van fietsenstallingen droegen bij aan het succes van dit sportieve volksfeest.