Er is een zorgwekkende correlatie vastgesteld tussen de financiële status van bewoners en hun blootstelling aan geologische gevaren. Uit recent onderzoek blijkt dat juist de groepen met de minste economische middelen het zwaarst worden getroffen door aardverschuivingen, terwijl zij tegelijkertijd het minst in staat zijn om beschermende maatregelen te financieren.
Volgens berichtgeving van sciencenews.org is er sprake van een aanzienlijke kloof tussen het risico dat mensen lopen en hun vermogen om dat risico te beheersen. Er zijn veel woningen gebouwd op hellingen die inherent onstabiel zijn. Voor bewoners met een hoger inkomen, vooral in stedelijke centra, is het vaak mogelijk om preventieve stappen te ondernemen of simpelweg te verhuizen naar een veiliger gebied wanneer de risico's toenemen.
Voor huishoudens met een laag inkomen is een dergelijke ontsnapping echter onmogelijk. De kosten voor het beveiligen van een terrein, zoals het installeren van geavanceerde drainagesystemen of het bouwen van steunmuren, zijn vaak prohibitief hoog. Zoals beschreven door , leidt dit ertoe dat deze bewoners gedwongen worden te blijven wonen in gevaarlijke zones zonder de nodige middelen om hun eigendommen of levens te beschermen.
De betreffende gebieden worden in de studie aangemerkt als een hotspot voor dit type natuurverschijnselen. De combinatie van een steile topografie en specifieke bodemkenmerken maakt de grond gevoelig voor instabiliteit, zeker tijdens periodes van extreme neerslag. De sociaaleconomische factor versterkt deze fysieke kwetsbaarheid. Terwijl welgestelde burgers financiële reserves hebben om rampen te voorkomen, zijn minder draagkrachtige bewoners vaak aangewezen op noodhulp die pas beschikbaar is nadat de schade reeds is aangericht.
Dit creëert een vicieuze cirkel waarin armoede de blootstelling aan natuurrampen vergroot, terwijl de rampen zelf de armoede verder verankeren door het totale verlies van woningen en infrastructuur. In de analyse van wordt dit gepresenteerd als een vorm van milieu-ongelijkheid, waarbij de lasten van geologische risico's onevenredig zwaar drukken op de zwakste schouders.
Hoewel wetenschappelijke modellen steeds beter in staat zijn om risicogebieden nauwkeurig in kaart te brengen, blijft de praktische toepassing van deze kennis een kwestie van financiële toegankelijkheid. De bevindingen die zijn gepubliceerd via pleiten voor een beleid dat niet enkel focust op de geologie, maar ook rekening houdt met sociale rechtvaardigheid. Zonder gerichte overheidssteun of subsidies voor preventie in arme gemeenschappen blijft de dreiging van aardverschuivingen een onoverkomelijk probleem voor een groot deel van de bevolking.