Wetenschappers hebben een methode voorgesteld om de SKA-Low radiotelescoop te gebruiken voor het identificeren van zeer kleine radiobronnen in het universum. Door een specifieke observatietechniek toe te passen, hopen zij niet alleen meer inzicht te krijgen in compacte astronomische objecten, maar ook in de dynamiek van de zonnewind.
In een wetenschappelijke publicatie die op 16 oktober 2026 werd ingediend, leggen astronomen uit hoe de SKA-Low kan worden ingezet om bronnen op sub-arcseconde schaal te bestuderen. Hoewel het instrument zeer sterke spectrale informatie levert tijdens continuumsurveys, schiet de eigen hoekresolutie tekort om een scherp onderscheid te maken tussen uitgebreide radiostelsels en hun compacte tegenhangers. Om dit probleem op te lossen, stellen de onderzoekers voor om gebruik te maken van interplanetaire scintillatie (IPS).
Deze techniek analyseert schommelingen in radiostraling die ontstaan wanneer signalen door het plasma van de zonnewind bewegen. Volgens de details in het onderzoek op arxiv.org is deze methode reeds succesvol toegepast bij andere instrumenten met een breed gezichtsveld, waaronder ASKAP en de MWA. Met IPS is het mogelijk om objecten te detecteren die kleiner zijn dan 0,3 boogseconden. Een groot voordeel van deze aanpak is de efficiëntie: met slechts vijf minuten aan data kunnen honderden compacte bronnen over grote delen van de hemel worden gevonden, waarbij de computationele kosten laag blijven.
De ambitie van het project is om de flexibiliteit, de frequentiedekking en de hoge gevoeligheid van de SKA-Low te combineren met de IPS-methode. Dit zou betekenen dat compacte radiobronnen kunnen worden geïdentificeerd op schalen die meer dan tien keer kleiner zijn dan wat de langste baselines van de SKA-Low normaal gesproken kunnen waarnemen. Deze nieuwe capaciteit opent diverse wegen voor astronomisch onderzoek. Zo wordt het eenvoudiger om de relatie tussen actieve galactische kernen (AGN) en uitgebreide radiostelsels te bestuderen. Daarnaast helpt de techniek bij het identificeren van kandidaten voor HI-absorptie en pulsars, en bij het bepalen van de rol van AGN's in sterstelsels waar sterrenvorming plaatsvindt.
Bovendien kunnen de gedetecteerde compacte bronnen dienen als een netwerk van kalibratoren voor richtingafhankelijke ionosferische kalibratie binnen de SKA-Low. Naast deze astronomische doelen heeft de IPS-methode een cruciale functie voor het onderzoek naar ons eigen zonnestelsel. Grondgebaseerde IPS-waarnemingen zijn een van de weinige remote sensing-technieken waarmee de heliosfeer kan worden bestudeerd. Hierdoor kan de SKA-Low unieke data leveren over de zonnewind, wat van groot belang is voor de studie van het ruimteweer.
Het onderzoek is geschreven door een team waaronder John Morgan en Rajan Chhetri en maakt deel uit van het bredere initiatief "Advancing Astrophysics with the SKA II" (AASKAII). In dit kader worden de technische benaderingen geschetst die nodig zijn om deze studies te realiseren. Het uiteindelijke doel is een dieper merriam-webster.com van de complexe structuren in het universum.
Hoewel de focus van het project ligt op geavanceerde astrofysica, is het streven naar een breder thesaurus.com in natuurkundige fenomenen de drijvende kracht achter deze innovatie. Door de beperkingen van de huidige hardware te omzeilen met slimme observatiemethoden, hopen de onderzoekers de grenzen van de radioastronomie te verleggen.