← Terug
Raad van State: Verhuurders mogen financiële draagkracht van kandidaten controleren

Raad van State: Verhuurders mogen financiële draagkracht van kandidaten controleren

De Raad van State heeft een belangrijke juridische beslissing genomen die de speelruimte voor vastgoedeigenaars bij het verhuren van woningen vergroot. Het hoogste bestuursrechtscollege heeft namelijk bepaald dat verhuurders het recht hebben om de solvabiliteit van potentiële huurders te verifiëren. In die context is het volgens de uitspraak toegestief om te eisen dat de maandelijkse inkomsten van een kandidaat minstens driemaal de hoogte van de huurprijs bereiken, zonder dat deze praktijk als verboden discriminatie kan worden aangemerkt bruzz.be.

De basis voor dit juridische geschil ligt in een specifiek incident in de Brusselse hoofdstad. Een mede-eigenaar van een appartement werd door de lokale autoriteiten geconfronteerd met een zware boete, nadat de Directie Gewestelijke Huisvestingsinspectie (DGHI) oordeelde dat er sprake was van discriminatie op basis van vermogen. De aanleiding hiervoor was het weigeren van een huurderskandidaat, bestaande uit een koppel, omdat hun gezamenlijke inkomen niet voldeed aan de drempel van het drievoudige huurbedrag. .

Met het arrest van 30 maart heeft de Raad van State deze visie echter gecorrigeerd. Hoewel de Brusselse Huisvestingscode expliciet verbiedt om mensen uit te sluiten op basis van hun financiële status, maakt het hof een essentieel onderscheid in de juridische toetsing. Het rechtscollege stelt dat er een fundamenteel verschil bestaat tussen het uitsluiten van personen vanwege hun rijkdom en het uitvoeren van een controle om te bepalen of iemand de middelen heeft om de huur en de bijbehorende kosten te kunnen dragen. benadrukt dat het waarborgen van de betaalbaarheid van het contract een legitiem doel is voor de verhuurder.

Om dit standpunt te onderbouwen, refereerde de Raad van State aan de voorbereidende werken van de Huisvestingscode. In deze historische documenten is namelijk terug te vinden dat er een langdurige sociale gewoonte bestaat waarbij de woonlasten niet meer dan een derde van het gezamenlijke gezinsinkomen mogen beslaan. De Raad stelt dat de wetgever bij het opstellen van de huidige regelgeving volledig op de hoogte was van deze bestaande praktijk. Hierdoor wordt de eis van een drievoudig inkomen niet gezien als een onredelijke of buitenproportionele maatregel, maar als een instrument om de financiële stabiliteit van de huurovereenkomst te garanderen.

De reacties binnen de vastgoedsector en de huurdersbeweging zijn, zoals verwacht, tegengesteld. Het Nationaal Syndicaat voor Eigenaars- en Mede-eigenaars reageerde zeer positief op de beslissing. de nodige juridische helderheid die nodig is om de onzekerheid rondom de controle op inkomens bij het weg te nemen.

Daartegenover staat de kritiek van het Huurderssyndicaat. Hoewel de organisatie de juridische logica van de Raad van State begrijpt, legt zij de nadruk op de bredere sociaaleconomische context. Volgens het syndicaat ligt het kernprobleem niet bij de controle op het inkomen, maar bij de groeiende kloof tussen de exploderende huurprijzen en de werkelijke koopkracht van de burgers. De organisatie waarschuwt dat de toenemende economische druk op de woningmarkt de toegang tot kwalitatieve huisvesting voor een groot deel van de bevolking steeds moeilijker maakt.

Geraadpleegde bronnen
Lees origineel artikel — Nieuws
Waardering
0
Stem mee op dit artikel
Discussie
Nog geen reacties. Wees de eerste!