Op zondag 14 juni zal Brussel het decor vormen voor een grootschalige betoging onder de titel 'Welfare not Warfare'. Het initiatief, dat wordt gedragen door het platform 'Stop Militarisering' en het internationale netwerk 'StopRearm Europe', heeft als doel om aandacht te vragen voor de stijgende militaire uitgaven en de impact van bewapening op de samenleving. De demonstratie wordt ondersteund door een breed spectrum aan maatschappelijke organisaties, vakbonden en de bredere vredesbeweging.
De aanleiding voor de mars is een wereldwijde trend van toenemende militaire uitgaven. Volgens gegevens die bruzz.be vermeldt, zijn de wereldwijde militaire budgetten voor het elfde jaar op rij gestegen, met een totaal van maar liefst 2.887 miljard dollar. Deze stijging is met name zichtbaar in de Europese NAVO- en EU-lidstaten, waar de toename van de uitgaven de sterkste is sinds het einde van de Koude Oorlog. België speelt hierin een prominente rol; het land heeft zijn defensiebudget in 2025 met maar liefst 59 procent verhoogd, wat neerkomt op een bedrag van ongeveer 14,5 miljard dollar. Hierdoor is België op de wereldranglijst van hoogste militaire uitgaven gestegen van de 32e naar de 28e plaats.
De organisatoren van de protestactie uiten scherpe kritiek op deze ontwikkeling. De kern van hun argumentatie is dat een focus op bewapening de fundamenteel andere behoeften van de planeet en haar inwoners negeert. Zo wordt gesteld dat de middelen die naar defensie vloeien, essentieel zijn voor het aanpakken van mondiale crises zoals klimaatverandering, armoede en voedselonzekerheid. Volgens de visie van vrede.be leidt de huidige koers van militarisering ertoe dat staten minder investeren in de noodzakelijke internationale samenwerking die nodig is om de klimaatcrisis en kernwapendreigingen het hoofd te bieden. De beweging waarschuwt dat het reduceren van veiligheid tot enkel een kwestie van militaire kracht een gevaarlijke illusie is.
De protestmars vindt plaats tegen een achtergrond van een groeiende normalisering van de wapenindustrie. Er is de laatste tijd meer aandacht voor evenementen zoals de Bedex-wapenbeurs, waar de handel in wapens publiekelijk wordt gepresenteerd. Critici maken zich zorgen over de invloed van het militair-industrieel complex op de publieke opinie en de politieke besluitvorming. In een reportage van dewereldmorgen.be wordt opgemerkt dat de beweging tegen de wapenindustrie in opkomst is, waarbij het aantal deelnemers aan internationale seminaria over dit onderwerp aanzienlijk is gegroeid. De actievoerders pleiten voor een cultuur van vrede in plaats van een cultuur van confrontatie.
De timing van de demonstratie op 14 juni is zeer bewust gekozen. De mars vindt slechts enkele dagen voor de bijeenkomst van de Europese Raad (18-19 juni) plaats en enkele weken voor de NAVO-top in Ankara (7-8 juli). De organisatoren willen de Europese leiders direct aanspreken op hun keuzes voor defensie-uitgaven. De politieke dimensie van dit protest wordt ook op Europees niveau gevoeld. Zo wordt in de context van de Europese politiek benadrukt dat partijen aan de linkerflank, zoals beschreven door pvda.be, streven naar een strijd tegen bezuinigingen en een stop op de militarisering om de toekomst van Europa te waarborgen.
De beweging 'Stop Militarisering' heeft inmiddels een coalitie gevormd van meer dan 50 middenveldorganisaties die gezamenlijk een manifest hebben ondertekend. In dit document eisen zij dat de Belgische regering de focus verlegt van wapenproductie naar sociale en ecologische rechtvaardigheid. De boodschap van de mars op 14 juni is dan ook helder: de prioriteit moet liggen bij het welzijn van de bevolking en de bescherming van de leefomgeving, in plaats van bij de financiering van gewapende conflicten.