Een ogenschijnlijk onopvallend stukje pootbeen van een dinosauriër heeft geleid tot een spectaculaire ontdekking. Onderzoekers vonden erin rode bloedcellen die in drie dimensies en in verbluffend detail bewaard zijn gebleven. Het gaat mogelijk om de oudste rode bloedcellen die ooit bij dinosauriërs zijn aangetroffen, meldt newscientist.com.
De Aratasaurus museunacionali
De bloedcellen komen uit de achterpoot van een Aratasaurus museunacionali, een theropode dinosauriër waarvan de fossielen in 2008 in Brazilië werden opgegraven. Het bestudeerde exemplaar was bij zijn dood nog niet volgroeid: hij werd naar schatting iets meer dan drie meter lang en woog ongeveer 34 kilogram.
Kliti Grice van de Curtin University in Perth, Australië, leidde het onderzoek. De fossielen waren op het eerste gezicht niet indrukwekkend — zeker geen museumstukken. De wetenschappelijke waarde kwam pas boven water toen Grice een deel van het fossiel etste met zoutzuur, zodat het omringende gesteente oploste.
20 bloedcellen in een haarlijn dun preparaat
De resultaten waren volgens Grice schokkend. In een enkel preparaat, slechts een vijfde van een millimeter breed, vond het team maar liefst 20 bloedcellen. Cruciaal detail: alle cellen zaten binnen gefossiliseerde bloedvaten. Dat bewijst dat het echt om rode bloedcellen gaat, en niet om andere structuren.
Volgens Grice zijn er nog nooit eerder rode bloedcellen van dinosauriërs in zo'n hoge resolutie waargenomen. De ontdekking zorgde voor grote opwinding in het team; ze deelde haar enthousiasme meteen met haar afdelingshoofd.
Ouder dan alle eerdere vondsten
Rode bloedcellen zijn eerder in dinosauriërresten gevonden, maar dit fossiel is aanzienlijk ouder. Ter vergelijking: in 2015 vonden onderzoekers rode bloedcellen in 75 miljoen jaar oude botfragmenten uit Canada. En in 2005 werden cellen aangetroffen in het dijbeen van een Tyrannosaurus rex uit Montana, die ongeveer 68 miljoen jaar geleden stierf.
Met een ouderdom van 115 miljoen jaar overtreft de Aratasaurus deze vondsten ruim. Daarmee krijgen wetenschappers een unieke kans om de fysiologie van dinosauriërs uit een veel vroeger tijdperk te bestuderen. En omdat de cellen in 3D bewaard zijn, kunnen ze de structuur van het bloed analyseren op een manier die voorheen onmogelijk leek voor zo oude resten.
🧠 Even simpel uitgelegd
Bloedcellen zijn zacht weefsel, en zacht weefsel vergaat normaal gesproken lang voordat een dier fossiliseert. Dat hier na 115 miljoen jaar nog cellen te zien zijn, komt doordat de mineralen in het gesteente het weefsel op microscopisch niveau hebben 'vervangen' — een beetje zoals een afgietsel van een afdruk. De oorspronkelijke cel is weg, maar de exacte vorm en structuur zijn blijven bestaan. Door het gesteente weg te eten met zuur, komt dat afgietsel vrij en kunnen onderzoekers de cellen in drie dimensies bekijken.