De traditionele classificatie van Uranus en Neptunus als 'ijsgiganten' staat ter discussie. Een recent wetenschappelijk onderzoek stelt dat deze planeten mogelijk een interne structuur hebben die eerder doet denken aan magma-oceanen dan aan de klassieke ijsrijke kernen die decennialang als standaard werden beschouwd.
Lange tijd was de heersende opvatting dat deze verre werelden voornamelijk bestonden uit vluchtige stoffen. Deze aanname vormde de basis voor vrijwel alle bestaande modellen over hun opbouw. Echter, in een publicatie op arxiv.org dagen onderzoekers deze interpretatie uit. De auteurs, waaronder Edward D. Young, Sarah P. Marcum, Aaron Werlen en Paula N. Wulff, stellen dat de kenmerken van beide planeten beter overeenkomen met een model waarin superkritische, waterstofrijke magma-oceanen centraal staan. Deze oceanen zouden worden omhuld door enveloppen die eveneens rijk zijn aan waterstof.
Om tot deze conclusie te komen, hebben de wetenschappers een uitgebreide analyse uitgevoerd van diverse meetbare eigenschappen. Hierbij is gekeken naar de bulkdichtheden, de waargenomen radii en de gravitationele harmonieken van de planeten. Daarnaast zijn de intrinsieke lichtkracht, de atmosferische samenstelling en de genormaliseerde traagheidsmomenten meegewogen in de berekeningen. Volgens de auteurs van het biedt dit nieuwe model een eenvoudiger en efficiënter verklarend kader voor de chemie van de atmosfeer, de thermische toestanden en de algehele structuren van zowel Uranus als Neptunus.
Door deze planeten te herdefiniëren als 'magma-ocean giganten', ontstaat er een nieuwe wetenschappelijke link met hemellichamen buiten ons eigen zonnestelsel. De onderzoekers suggereren dat de oorsprong van Uranus en Neptunus parallel loopt aan die van zogenaamde 'sub-Neptunus gas-dwergplaneten'. Dit impliceert dat er een continuüm bestaat tussen verschillende typen gasdwergen. Hierdoor kunnen Uranus en Neptunus dienen als concrete, op data gebaseerde testgevallen om structuurmodellen en materiaaleigenschappen te verfijnen, wat vervolgens helpt bij het begrijpen van sub-Neptunussen.
Deze nieuwe visie staat in contrast met de algemene beschrijvingen van deze planeten. Zo beschrijft nasa.gov Uranus als een wereld in de uiterste regionen van het zonnestelsel waar extreme druk en kou heersen. De verschuiving van het concept 'ijs' naar 'superkritische magma-oceanen' verandert fundamenteel de manier waarop astronomen de evolutie en vorming van deze verre werelden analyseren.
Het onderzoek is inmiddels geaccepteerd voor publicatie in The Astrophysical Journal. In de meest recente versie van het document, die op 4 september 2026 is bijgewerkt, wordt bevestigd dat de huidige data over de omvang en massa van de planeten consistent zijn met het voorgestelde magma-oceaanmodel. Volgens de maakt het model gebruik van slechts drie fitparameters per planeet, wat bijdraagt aan de parsimonie van de theorie.
Hoewel de term 'ijsgigant' diep geworteld is in de astronomie, dwingt deze analyse tot een herwaardering van de interne dynamiek van de buitenste planeten. De mogelijkheid dat deze werelden een hete, vloeibare kern van superkritisch materiaal bevatten, opent nieuwe perspectieven voor het onderzoek naar de chemische samenstelling van het universum en de planetaire geologie.