NASA heeft een strategische keuze gemaakt om het voorstel van het Planetary Science Institute (PSI) te ondersteunen voor een specifieke verkenning van de maan. De missie, die de naam GIMLI draagt, richt zich op de Marius Lunar Pit. Het hoofddoel is om te achterhalen of er in deze regio een ondergrondse holte bestaat die groot genoeg is om als veilige locatie voor een toekomstige maanbasis te dienen.
Binnen de bredere doelstellingen van het Artemis-programma streeft NASA naar een duurzame menselijke aanwezigheid op de maan. Hoewel veel aandacht uitgaat naar de zuidpool van de maan, verschuift de focus nu ook naar natuurlijke structuren zoals maangrotten. Deze holtes zouden een cruciale rol kunnen spelen als beschutting voor habitats en faciliteiten, aangezien ze astronauten een natuurlijke barrière bieden tegen de extreme en vijandige omstandigheden aan het oppervlak.
Verkenning van vulkanische holtes
Het project staat voluit voor de Geophysical Instruments for Marius Lunar pit Investigation. De missie richt zich specifiek op een zogenaamde 'skylight', wat een opening is in een oude lavabuis. Volgens universetoday.com is het doel van het GIMLI-team om te verifiëren of deze opening toegang geeft tot een uitgebreid netwerk van grotten.
De noodzaak voor dit onderzoek is gebaseerd op gegevens van maanorbiters. Deze satellieten hebben aanwijzingen gevonden voor ondergrondse ruimtes, mede door de aanwezigheid van 'sinuous rilles' — ingestorte lavabuizen — en de eerder genoemde skylights. Door nu fysiek onderzoek te doen, kan worden vastgesteld of deze theoretische holtes daadwerkelijk bruikbaar zijn voor menselijke bewoning.
Technologische samenwerking en financiering
De realisatie van de missie is het resultaat van een internationale samenwerking. Het project wordt aangestuurd door Than Putzig, die fungeert als Senior Scientist en Associate Director bij het Planetary Science Institute. Voor de technische uitvoering werkt het PSI samen met de Noorse ruimtevaartorganisatie en het bedrijf Honeybee Robotics, dat de benodigde instrumentatie en robotapparatuur ontwikkelt.
Om de apparatuur op het maanoppervlak te krijgen, maakt NASA gebruik van het Commercial Lunar Payload Services (CLPS). Dit programma faciliteert de levering van zowel de lander als de rover. De financiële ondersteuning voor dit initiatief wordt verzorgd via het PRISM-programma, een specifiek kader van NASA voor onderzoek op het maanoppervlak, zoals beschreven door .
Wetenschappelijke ambities
Amanda Hendrix, de Director en CEO van het PSI, ziet GIMLI als een voorbeeld van de ambitieuze wetenschap waar het instituut voor staat. In een verklaring via benadrukt zij dat het team nu de kans krijgt om een wetenschappelijke vraag, die voorheen enkel vanuit een baan om de maan kon worden bestudeerd, direct op het oppervlak te onderzoeken. Naast de praktische zoektocht naar een locatie voor een basis, levert de missie belangrijke data op over het vulkanische verleden van de maan.
Met de lancering van GIMLI zet NASA een belangrijke stap in de overgang van kortstondige bezoeken naar de opbouw van een permanente infrastructuur. Mocht de missie bevestigen dat de Marius Lunar Pit toegang biedt tot een stabiele ondergrondse ruimte, dan kan dit de planning voor toekomstige menselijke nederzettingen op de maan fundamenteel veranderen. De resultaten van dit onderzoek zullen volgens bepalend zijn voor de haalbaarheid van dergelijke habitats.