Archeologen hebben ongeveer veertien nieuwe afbeeldingen van thylacines, ook bekend als Tasmaanse tijgers, ontdekt in rotskunst in het noorden van Australië. De vondst suggereert dat deze iconische buideldieren veel langer op het Australische vasteland hebben geleefd dan wetenschappers tot nu toe dachten.
Unieke vondst op Burrup Peninsula
De ontdekking werd gedaan op het Burrup Peninsula in West-Australië, een gebied dat bekend staat om zijn uitgebreide collectie inheemse rotskunst. Volgens net.au is dit "een plek die rotskunst heeft die waarschijnlijk zo'n 30.000 jaar omspant, en het documenteert niet alleen de culturen van de mensen die hier in het verleden waren, maar ook milieuveranderingen."
De rotskunst op het schiereiland toont niet alleen Tasmaanse tijgers, maar ook andere uitgestorven dieren zoals megafauna. Het gebied bevat meer dan 6.000 jaar oude afbeeldingen, waarbij letterlijk elk oppervlak als canvas voor kunst heeft gediend. Meer dan 6.000 jaar geleden waren de eilanden van de Dampier Archipelago, waar het Burrup Peninsula deel van uitmaakt, heuvels die uitstaken boven een uitgestrekte kustvlakte.
Wat de vondst betekent voor de wetenschap
De thylacine, ook wel Tasmaanse wolf genoemd vanwege zijn gestreepte achterkant, was australiangeographic.coau ooit wijdverspreid over het Australische vasteland en Nieuw-Guinea. De soort verdween waarschijnlijk van het vasteland ongeveer 3.000 jaar geleden, mogelijk door de komst van de dingo en jacht door mensen.
Tegen de tijd dat Europeanen ongeveer 250 jaar geleden in Australië aankwamen, was de thylacine het grootste levende buideldier-roofdier en kwam het alleen nog voor op Tasmanië. Het eiland was ongeveer 14.000 jaar geleden van het vasteland afgesneden door stijgende zeespiegels. colossal.com in gevangenschap in de Hobart Zoo, en de soort werd officieel uitgestorven verklaard in 1982.
Bredere context van de rotskunst
De rotskunst op het Burrup Peninsula documenteert een veel breder scala aan uitgestorven dieren. Volgens wetenschappelijk onderzoek toont de kunst ook megafauna zoals de marsupiale leeuw die op zijn prooi sprong vanuit bomen, en de 'Quinkana', een krokodilachtig wezen dat op land leefde en lange poten had die hem een snelle jager maakten.
Ook de 'Megalania' of 'Varanus prisca', een reusachtige varaan die de grootste hagedis was die ooit op aarde leefde, komt voor in de rotskunst. De meeste van deze reusachtige dieren verdwenen lang voordat mensen in Sahul (het oude supercontinent dat Australië, Tasmanië en Nieuw-Guinea omvatte) aankwamen, maar sommige leefden nog zij aan zij met de eerste mensen.
Wetenschappelijke discussie over uitsterven
Wetenschappers zijn het oneens over waarom deze dieren verdwenen. Veel onderzoekers denken dat het veranderende klimaat de reden was, maar sommigen suggereren dat menselijke activiteiten zoals branden en jacht het ook moeilijk hebben gemaakt voor de laatste megafauna om te overleven. Ook over de timing bestaat discussie: sommigen denken dat dit ongeveer 50.000 tot 40.000 jaar geleden gebeurde, terwijl anderen menen dat sommige dieren tot 30.000 tot 20.000 jaar geleden bleven leven.
Betekenis voor cultureel erfgoed
De vondst onderstreept het belang van het beschermen van inheemse erfgoedsites. Het Burrup Peninsula bevat net.au enkele van de vroegste afbeeldingen van de menselijke vorm ter wereld. De site biedt een uniek venster op de geschiedenis van de regio en de religieuze en mythologische overtuigingen van de mensen die er in het verleden leefden.
De ontdekking van de thylacine-afbeeldingen voegt een nieuwe dimensie toe aan ons begrip van wanneer en waar deze dieren leefden. Het suggereert dat de soort mogelijk langer op het vasteland heeft overleefd dan eerder werd aangenomen, wat belangrijke implicaties heeft voor ons begrip van de Australische prehistorie en de interactie tussen mensen en megafauna.