← Terug
Hoofddoekverbod in provinciaal onderwijs Oost-Vlaanderen is discriminatie, oordeelt Vlaams Mensenrechteninstituut

Hoofddoekverbod in provinciaal onderwijs Oost-Vlaanderen is discriminatie, oordeelt Vlaams Mensenrechteninstituut

GENT – Het Vlaams Mensenrechteninstituut (VMRI) heeft geoordeeld dat het verbod voor een leerkracht om een hoofddoek te dragen in het provinciaal onderwijs in Oost-Vlaanderen neerkomt op discriminatie en intimidatie. Dit besluit volgt op een klacht van een leerkracht die sinds 2022 lesgeeft in een provinciale school en daar geen hoofddoek meer mocht dragen voor de klas vlaamsmensenrechteninstituut.be. De Geschillenkamer van het VMRI heeft de provincie Oost-Vlaanderen nu aanbevolen om de leerkracht toe te staan haar lessen met hoofddoek te blijven geven en het algemene verbod op religieuze symbolen in te trekken tvoost.be.

De klacht werd ingediend door een onderwijzeres die sinds het schooljaar 2022-2023 een niet-levensbeschouwelijk vak doceert in een provinciale basisschool in Oost-Vlaanderen. Aanvankelijk ondervond zij geen problemen met het dragen van haar hoofddoek tijdens de lessen. Dit veranderde echter in september 2023, toen een gedeputeerde van de provincie haar opmerkte met een hoofddoek tijdens een onthaalmoment voor leerkrachten. De volgende dag werd de leerkracht door de schooldirectie geïnformeerd dat het dragen van een hoofddoek niet was toegestaan .

Na deze melding volgden gesprekken tussen de provincie en de leerkracht, die echter geen oplossing boden. De provincie stelde voor dat de onderwijzeres alleen met hoofddoek zou mogen lesgeven als zij uitsluitend Islamitische godsdienstlessen zou verzorgen. De leerkracht wilde echter haar bestaande lesopdracht behouden en met hoofddoek blijven lesgeven. Hierop startte de provincie een tuchtprocedure tegen haar wegens vermeende inbreuken op een deontologische code belgashare.be.

Tijdens de tuchtprocedure werden de naam en foto van de leerkracht, waarop zij een hoofddoek draagt, van de schoolwebsite verwijderd. De tuchtcommissie concludeerde later dat de deontologische code niet van toepassing was op het onderwijzend personeel van de provincie, waarna de tuchtprocedure werd stopgezet. Desondanks wijzigde de provincie een reglement voor het onderwijzend personeel, waarbij een algemeen verbod op het dragen van godsdienstige en levensbeschouwelijke symbolen voor leerkrachten in haar scholen werd ingevoerd, met ingang van 1 september 2024 vrt.be.

De Geschillenkamer van het VMRI heeft geoordeeld dat er sprake is van directe discriminatie op grond van geloof voor de periode vóór september 2024. Volgens het instituut is een dergelijke ongelijke behandeling in een werkcontext alleen gerechtvaardigd als de leerkracht haar functie niet goed kan uitoefenen. Het niet dragen van een hoofddoek tijdens het lesgeven wordt niet beschouwd als een "wezenlijke en bepalende beroepsvereiste". Het algemene verbod op religieuze symbolen, dat vanaf september 2024 van kracht wordt, wordt door de Geschillenkamer als indirecte discriminatie beschouwd .

Het VMRI benadrukt dat mensenrechten fundamentele, universele rechten zijn die iedereen toekomen, ongeacht nationaliteit, geslacht, afkomst of religie. Het recht om niet gediscrimineerd te worden, is een essentieel mensenrecht. Discriminatie treedt op wanneer iemand minder gunstig wordt behandeld of benadeeld wordt op basis van bepaalde kenmerken, waaronder geloof of levensbeschouwing vlaamsmensenrechteninstituut.be.

De aanbevelingen van de Geschillenkamer aan de provincie Oost-Vlaanderen omvatten het toestaan van de leerkracht om haar vak met hoofddoek te blijven geven en het intrekken van het algemene verbod op religieuze of levensbeschouwelijke symbolen voor leerkrachten.

Lees origineel artikel — Nieuws
Waardering
0
Stem mee op dit artikel
Discussie
Nog geen reacties. Wees de eerste!