De Vlaamse overheid heeft voor het eerst alle uitbaters van woonzorgcentra in Vlaanderen en Brussel financieel doorgelicht. De uitkomst verontrust: bijna één op de tien private rusthuizen zit zo diep in de rode cijfers dat de zorg voor de bewoners in gevaar komt.
Zo groot was de inspectie
Tussen 2022 en 2025 onderzocht het Departement Zorg alle 463 'inrichtende machten' van woonzorgcentra. Twee derde van die groep bestaat uit private uitbaters, meldt vrtnws.be. Bij hen voerde de inspectie een grondige controle van de boekhouding uit: is de organisatie financieel gezond en gaan publieke middelen er goed naar toe?
Hoe zit het met de financiële gezondheid?
Het goede nieuws eerst: driekwart van de private uitbaters staat er financieel prima voor. Ongeveer 17 procent kampt met beperkte moeilijkheden, die volgens de inspectie relatief eenvoudig op te lossen zijn met gerichte maatregelen.
Maar bij bijna één op de tien private rusthuizen zijn de tekorten zo groot dat de zorgverlening in gevaar komt. Vlaams minister van Welzijn Gennez (Vooruit) wees erop dat sommige centra nu overleven dankzij de steun van grotere zorggroepen waar ze deel van uitmaken. Die groepen nemen soms investeringen op zich die rechtstreeks ten goede komen aan het personeel en de bewoners.
Waar ging het subsidiegeld naartoe?
De inspectie keek niet alleen naar de cijfers, maar ook naar de besteding van overheidsgeld. Uitbaters moesten met bewijsstukken, zoals facturen, aantonen waar de subsidies heen gingen. Bij publieke uitbaters verliep dat vlekkeloos. Bij de private sector waren er in 95 gevallen — bijna één op de drie — vragen over de besteding.
De onregelmatigheden lopen sterk uiteen.
Minister Gennez benadrukte dat deze bevindingen niet automatisch op fraude wijzen. Ze wil families en bewoners geruststellen.