In het woonzorgcentrum Maria's Rustoord in Dadizele is een bijzondere mijlpaal gevierd. Elisabeth Vermont is 110 jaar geworden, waarmee ze niet alleen de titel van oudste nog levende West-Vlaming draagt, maar ook de tweede oudste Belg is. Op haar verjaardag reageerde ze op haar eigen kenmerkende wijze met de woorden "È kik chance", aldus berichtgeving van vrtnws.be.
De viering vond plaats op maandag in het bijzijn van haar familie, waaronder een deel van haar negen kleinkinderen, 23 achterkleinkinderen en diverse achterachterkleinkinderen. Ook burgemeester Sherley Beernaert en schepenen Vallaey en Cardoen waren aanwezig om de supercentenaire in de bloemetjes te zetten. Volgens burgemeester Beernaert is Elisabeth een fiere en opgewekte vrouw die in de loop van de acht jaren dat de burgemeester haar verjaardagen bijwoont, nauwelijks is veranderd. Hoewel haar kleindochter, Nancy Messely, opmerkte dat Elisabeth minder mobiel is geworden en een feestdag enige stress met zich meebrengt, genoot de jarige zichtbaar van de aandacht en haar cadeaus.
Het levensverhaal van Elisabeth Vermont is nauw verbonden met de geschiedenis van de regio. Ze werd geboren op 12 oktober 1916, midden in de Eerste Wereldoorlog, als jongste van een gezin met dertien kinderen. Vanwege de oorlogsomstandigheden moest haar familie Dadizele in 1917 ontvluchten, waarna zij en haar familie een tijdlang in Balen verbleven. In 1919 keerde het gezin terug naar hun woonplaats.
Op zestienjarige leeftijd begon Elisabeth te werken in 't Fabriekske in Ledegem. Daar ontmoette ze Antoon Messely, met wie ze in 1940 trouwde. Het echtpaar kreeg samen drie kinderen: Rika, Lena en Willy. Antoon overleed in 1982. Elisabeth bleef een groot deel van haar leven onafhankelijk; tot haar 104e verjaardag woonde ze nog in haar ouderlijk huis aan de Sint-Sebastiaanlaan in Dadizele. Pas in 2021 maakte ze de overstap naar het woonzorgcentrum Maria's Rustoord.
Marleen Boulangier, de directrice van het woonzorgcentrum, prees de uitstraling van de 110-jarige. Volgens Boulangier straalt Elisabeth nog steeds, hecht ze waarde aan een verzorgd uiterlijk met mooie kleren en weet ze te genieten van zowel de kleine als de grote dingen in het dagelijks leven. Ondanks de achteruitgang van haar gehoor en zicht blijft ze een positieve aanwezigheid binnen de instelling.