← Terug
Discussie over genderloonkloof in Vlaanderen: cijfers lopen sterk uiteen

Discussie over genderloonkloof in Vlaanderen: cijfers lopen sterk uiteen

Debat over loonverschil tussen mannen en vrouwen laait op

In Vlaanderen is een discussie ontstaan over de werkelijke omvang van de genderloonkloof, nadat econoom Geert Noels kritische vragen stelde bij het beleid rond loongelijkheid. In een bericht op X uitte Noels scepsis over de aanpak van wat hij een "fictief probleem" noemt.

In Vlaanderen gaat men nu ook een fictief probleem aanpakken: de genderloonkloof. Die bedraagt volgens @carolinegennez 7%, volgens Eurostat en Statbel, 0,7%, de op 1 na laagste in Europa. pic.twitter.com/DYFfzFdUm5

— Geert Noels (@GeertNoels) 15 maart 2026

De kern van de discussie draait om sterk uiteenlopende cijfers. Volgens Vlaams minister van Economie Caroline Gennez (Vooruit) bedraagt de genderloonkloof in Vlaanderen ongeveer 7 procent. Noels verwijst echter naar cijfers van Eurostat en het Belgische statistiekbureau Statbel, die het verschil op slechts 0,7 procent schatten — wat Vlaanderen de op één na beste positie in Europa zou geven.

Verschillende meetmethoden, verschillende uitkomsten

De verklaring voor deze grote discrepantie ligt in de meetmethode. De genderloonkloof kan op verschillende manieren worden berekend, wat tot verwarring leidt in het publieke debat.

De ongecorrigeerde loonkloof vergelijkt het gemiddelde bruto-uurloon van alle werkende mannen met dat van alle werkende vrouwen, zonder rekening te houden met verschillen in functie, sector, anciënniteit of werkervaring. Deze methode levert doorgaans hogere percentages op, vaak tussen de 5 en 20 procent in Europese landen.

De gecorrigeerde loonkloof daarentegen houdt wél rekening met deze factoren. Deze berekening vergelijkt mannen en vrouwen die vergelijkbaar werk doen, met vergelijkbare opleiding en ervaring, in dezelfde sector. Dit cijfer ligt systematisch veel lager en meet directe loondiscriminatie.

Volgens Eurostat-cijfers uit 2022 bedroeg de ongecorrigeerde genderloonkloof in België ongeveer 5,6 procent — een van de laagste in de Europese Unie. Alleen Luxemburg, Roemenië en Slovenië scoorden beter. Het Europese gemiddelde lag op 12,7 procent.

Vlaanderen presteert beter dan Europees gemiddelde

Binnen België bestaan regionale verschillen. Vlaanderen scoort traditioneel beter dan Wallonië en Brussel op het vlak van loongelijkheid tussen de geslachten. Statbel-cijfers uit recente jaren bevestigen dat het verschil in Vlaanderen inderdaad zeer klein is wanneer gecorrigeerd wordt voor functie en sector.

Dit betekent echter niet dat er geen uitdagingen zijn. Ook bij een kleine gecorrigeerde loonkloof blijven structurele ongelijkheden bestaan. Vrouwen zijn oververtegenwoordigd in lager betaalde sectoren zoals zorg en onderwijs, werken vaker deeltijds, en bereiken minder vaak topfuncties — verschijnselen die de ongecorrigeerde loonkloof verklaren.

Politieke en economische context

De uitspraken van Noels komen op een moment dat de Vlaamse regering werkt aan maatregelen voor meer loontransparantie. Minister Gennez kondigde eerder plannen aan om bedrijven te verplichten loongegevens uitgesplitst naar geslacht te rapporteren, naar het voorbeeld van andere Europese landen.

Voorstanders van dergelijke maatregelen stellen dat transparantie onbewuste vooroordelen en discriminatie aan het licht brengt. Tegenstanders vrezen administratieve lasten voor bedrijven en betwijfelen of er een significant probleem is dat overheidsingrijpen rechtvaardigt.

Internationale vergelijking

In Europese context staat België er relatief goed voor. Landen als Estland (20,5%), Oostenrijk (18,8%) en Duitsland (17,6%) kennen veel grotere loonverschillen. Scandinavische landen, vaak gezien als voorlopers op het vlak van gendergelijkheid, scoren wisselend: Zweden heeft een kloof van 11,8 procent, terwijl Noorwegen op 6,4 procent zit.

De Europese Commissie heeft in 2023 nieuwe richtlijnen aangenomen die lidstaten verplichten maatregelen te nemen voor loontransparantie. Bedrijven met meer dan 100 werknemers moeten regelmatig rapporteren over loonverschillen en deze uitleggen indien ze meer dan 5 procent bedragen.

Wetenschappelijk perspectief

Arbeidseconomen benadrukken dat zowel de gecorrigeerde als ongecorrigeerde loonkloof relevant zijn, maar verschillende vragen beantwoorden. De ongecorrigeerde kloof toont de totale economische ongelijkheid tussen mannen en vrouwen op de arbeidsmarkt. De gecorrigeerde kloof meet directe discriminatie bij gelijk werk.

Professor arbeidseconomie Stijn Baert (Universiteit Gent) stelde in eerder onderzoek vast dat discriminatie bij aanwerving en promotie wél meetbaar is in België, ook al is de directe loonkloof klein. Vrouwen krijgen bij gelijke kwalificaties minder vaak uitnodigingen voor sollicitatiegesprekken en worden minder snel gepromoveerd naar leidinggevende functies.

Maatschappelijke factoren

De discussie raakt ook aan bredere maatschappelijke kwesties. De keuze van vrouwen voor bepaalde studierichtingen en sectoren wordt mede bepaald door sociale verwachtingen en rolpatronen. Vrouwen nemen nog altijd het grootste deel van de zorgtaken op zich, wat deeltijds werk of carrièreonderbrekingen bevordert.

Beleid gericht op kinderopvang, ouderschapsverlof en flexibele werkregelingen kan deze structurele factoren beïnvloeden. Verschillende studies tonen aan dat landen met ruime kinderopvang en gedeeld ouderschapsverlof kleinere loonverschillen kennen op lange termijn.

Vervolgstappen

De Vlaamse regering heeft aangekondigd het beleid rond loongelijkheid te evalueren op basis van de meest recente cijfers. Minister Gennez benadrukte eerder dat transparantie een eerste stap is, ongeacht de precieze omvang van het probleem.

De discussie illustreert hoe statistieken verschillende verhalen kunnen vertellen, afhankelijk van de gekozen meetmethode. Voor beleidsmakers blijft de uitdaging om onderscheid te maken tussen directe discriminatie, die juridisch verboden is, en structurele ongelijkheden, die complexere maatschappelijke interventies vereisen.

Of Vlaanderen nu een loonkloof van 0,7 of 7 procent heeft, hangt dus af van wat precies gemeten wordt — en welke vorm van ongelijkheid men wil aanpakken.


Dit artikel is gegenereerd op basis van een virale tweet van @GeertNoels (Geert Noels) met 479 likes.

PexelsWalls.iovia Pexels
Lees origineel artikel — Social Feeds
Waardering
0
Stem mee op dit artikel
Discussie
Nog geen reacties. Wees de eerste!