Brussel, België – Banken in België komen onder kritiek te staan omdat zij slachtoffers van phishing niet altijd adequaat terugbetalen, ondanks wettelijke verplichtingen. De ombudsman voor financiële diensten stelt dat banken de wet onvoldoende volgen en vaker zouden moeten vergoeden. Dit komt naar voren in een context waarin banken zelf antifraudeverzekeringen aanbieden, wat vragen oproept over de effectiviteit en noodzaak hiervan.
Volgens de ombudsman voor financiële diensten zijn banken verplicht om fraudeslachtoffers te compenseren, tenzij de klant expliciet toestemming heeft gegeven voor de betaling of grof nalatig is geweest vrt.be. De definitie van "grove nalatigheid" is echter niet eenduidig in de wet vastgelegd, wat vaak leidt tot discussies tussen banken en gedupeerden. In deze geschillen trekken consumenten te vaak aan het kortste eind, aldus de ombudsman.
Wettelijk kader en verantwoordelijkheden
De regels omtrent niet-toegestane betalingstransacties, zoals die voortvloeien uit phishing, zijn vastgelegd in artikel VII.38 tot VII.45 van het Wetboek van economisch recht fgov.be. Deze bepalingen stellen dat de bank verantwoordelijk is voor de terugbetaling, tenzij kan worden aangetoond dat de betaler fraude heeft gepleegd of zijn verplichtingen met betrekking tot de beveiliging van zijn betaalinstrumenten opzettelijk of met grove nalatigheid niet is nagekomen.
Een betalingstransactie wordt als toegestaan beschouwd wanneer de betaler zijn toestemming heeft gegeven voor de uitvoering van de betalingsopdracht. Zonder deze toestemming is de transactie niet-toegestaan. De wet maakt hierbij onderscheid tussen gevallen waarin een betaalinstrument (zoals een bankkaart of mobiele app) wordt gebruikt voor een niet-toegestane transactie, en gevallen van fraude waarbij het slachtoffer zelf geld overmaakt onder valse voorwendselen (bijvoorbeeld factuurfraude of CEO-fraude). De laatstgenoemde situaties vallen niet onder de specifieke regels voor niet-toegestane betalingstransacties.
De rol van de banken en de consument
Banken hanteren vaak de redenering dat oplichting alleen kan plaatsvinden als de klant zelf nalatig is geweest, een standpunt dat door de ombudsman wordt tegengesproken . Het is cruciaal dat slachtoffers van phishing hun bank zo snel mogelijk op de hoogte stellen. Snel ingrijpen kan soms leiden tot (gedeeltelijke) recuperatie van het gestolen geld, hoewel dit in de praktijk vaak niet lukt.
Tegenwoordig gebeurt oplichting en fraude veelal online, met diverse vormen zoals datingfraude, identiteitsfraude, voorschotfraude, fraude met online aankopen, en verschillende vormen van phishing (phishing, vishing, smishing) slachtofferzorg.be. Slachtoffers kunnen zich boos, verdrietig of beschaamd voelen, en het vertrouwen in anderen kan afnemen. Het is belangrijk om hierover te praten en steun te zoeken.
Antifraudeverzekeringen: een oplossing of extra kostenpost?
In dit landschap van toenemende digitale fraude bieden sommige banken, zoals KBC, specifieke antifraudeverzekeringen aan kbc.be. Deze verzekeringen, die bijvoorbeeld 8 euro per maand kunnen kosten, beloven bescherming tegen fraude en oplichting voor de rekeninghouder en diens gezin. De vraag rijst echter of dergelijke verzekeringen daadwerkelijk een meerwaarde bieden, gezien de wettelijke verplichtingen van banken om in veel gevallen al terug te betalen. Critici suggereren dat deze verzekeringen vooral dienen om "netelige discussies" te vermijden en de klant een gevoel van veiligheid te geven, terwijl de basisbescherming reeds door de wet is geregeld.
De discussie over de verantwoordelijkheid van banken en de bescherming van consumenten tegen online fraude blijft actueel. Het is van belang dat consumenten zich bewust zijn van hun rechten en plichten, en dat banken hun wettelijke verplichtingen nakomen om slachtoffers van fraude adequaat te ondersteunen.