Een langlopend debat over de oorsprong van de hemel in het iconische schilderij 'De Sterrennacht' van Vincent van Gogh lijkt een antwoord te hebben gevonden. Recente wetenschappelijke analyses wijzen erop dat het meesterwerk uit 1889 geen puur product is van artistieke fantasie, maar een feitelijke observatie van de kosmos boven Saint-Rémy, specifiek rond 22 juli 1889.
De vraag of Van Gogh putte uit spontane inspiratie tijdens de vroege ochtenduren of dat hij de werkelijkheid vastlegde, hield kunsthistorici en astronomen decennialang bezig. Waar de focus lange tijd lag op religieuze of symbolische betekenissen, verschoof de aandacht in de jaren 80 naar de astronomische kant van het werk. In die periode probeerden onderzoekers van UCLA en Harvard de sterrenbeelden te identificeren, waarbij zij uitgingen van juni 1889. Deze vroege pogingen bleken echter tegenstrijdig omdat er geen gebruik werd gemaakt van observationele geometrie.
Het recente onderzoek is het resultaat van een samenwerking tussen de Zuid-Koreaanse telescoopfabrikant SLLAB en de School of Space Research aan de Kyung Hee University. De hoofdauteur van de studie, Elijah Jeong-hyun Kim, combineerde zijn kennis als astronoom en telescoopbouwer om de posities van de hemellichamen op het canvas te analyseren. Volgens universetoday.com identificeerde Kim de sterrencluster in het schilderij als de Hyaden in het sterrenbeeld Stier, wat hem aanzette tot een diepere analyse nadat hij eerdere claims over het sterrenbeeld Ram had bestudeerd.
Om de exacte datum vast te stellen, richtten de onderzoekers zich op de configuratie van drie elementen die in het werk dicht bij elkaar staan: de maan, de planeet Venus en de Hyaden-cluster. Hierbij werd de traditionele datering van 18 juni 1889, die vaak werd gebaseerd op brieven van de kunstenaar aan zijn broer Leo, in twijfel getrokken. De onderzoekers stelden vast dat de maan op die datum een afnemende gibbous-fase had, terwijl het schilderij een slanke sikkel toont. Op 22 juli 1889 was de maan echter wel een sikkel en stonden de Hyaden in een positie die overeenkwam met het gezichtsveld van de schilder in Saint-Rémy. Om deze data te verifiëren, reisde Kim in 2019 twee keer naar Frankrijk voor veldonderzoek, zoals beschreven door .
De methodologie van de studie steunde op een overlay-techniek, waarbij de sterren in het schilderij werden vergeleken met werkelijke astronomische posities. Door rekening te houden met de oriëntatie, grootte en positie van de sterren, konden de onderzoekers de afwijkingen minimaliseren. Om de consistentie van Van Goghs observaties te toetsen, werd daarnaast ook gekeken naar andere werken, waaronder 'Caféterras bij nacht' uit 1888.
De conclusie van de onderzoekers, die in het tijdschrift Scientific Reports is gepubliceerd en wordt geciteerd door , is dat Van Gogh waarschijnlijk een zeer nauwkeurige weergave maakte van de hemel vlak voor de ochtend. Deze bevindingen werpen een nieuw licht op de balans tussen het realisme en de artistieke vrijheid in het werk van de impressionist. Meer details over deze astronomische analyse zijn terug te vinden via .