Planeetvorming is niet voorbehouden aan jonge sterren. Een internationaal team van astronomen heeft aanwijzingen gevonden voor een planeet die pas ontstond ná de dood van zijn zon — gebouwd uit het materiaal dat bij het sterfproces overbleef. De ontdekking werpt nieuw licht op de levenscyclus van sterren en de manier waarop werelden ontstaan.
Het onderzoek, geleid door de University of Warwick, richtte zich op de witte dwerg HS 0209+0832. Die ster staat op ongeveer 270 lichtjaar van de aarde, in het sterrenbeeld Cetus. De eerste aanwijzing voor een planeet kwam uit de atmosfeer van de ster zelf, die een zeer atypische chemische samenstelling vertoont. Volgens universetoday.com bevat de ster elementen zoals titanium, silicium, aluminium, koper en zink. Maar het meest opvallend is de aanwezigheid van niobium.
Niobium is een uiterst zeldzaam metaal. In de atmosfeer van HS 0209+0832 zit meer dan duizend keer zoveel van dit element als in onze eigen zon. Die extreme afwijking wees de wetenschappers op één conclusie: de ster is bezig materiaal op te slokken van een extern object.
Om die hypothese te toetsen, combineerden de onderzoekers archiefgegevens van ruim 25 jaar oud met data van de TESS-satelliet, de FUSE-telescoop en de Hubble Space Telescope van NASA. Die data wijzen op een object met een zeer korte omlooptijd: slechts 4,4 dagen.
In het wetenschappelijke tijdschrift Nature Astronomy concluderen de onderzoekers dat de meest plausibele verklaring is dat de witte dwerg materie opzuigt van een nieuw gevormde, reusachtige planeet. Die planeet zou dan zijn ontstaan uit een schijf van puin, nadat de ster zijn hoofdreeks had verlaten. De bevinding is van grote betekenis voor de astrofysica: het bewijst dat planeetvorming ook kan plaatsvinden in de laatste fasen van het leven van een ster.
Jamie Williams, doctoraal onderzoeker aan de University of Warwick en hoofdauteur van de studie, ziet er ook praktische voordelen in. Elementen zoals niobium kunnen dienen als specifieke indicator. Door naar zulke chemische signaturen te zoeken, kunnen astronomen in de toekomst vaker accretie van tweede-generatieplaneten opsporen.
De ontdekking suggereert dat toekomstige waarnemingen van andere hete witte dwergen met de Hubble-telescoop meer van dit soort vondsten kunnen opleveren. De focus binnen de exoplanetologie verschuift daarmee naar een nieuwe vraag: hoe overleven werelden — of ontstaan ze zelfs opnieuw — in de laatste stadia van de stellaire evolutie?
🧠 Even simpel uitgelegd
Als een ster zoals onze zon oud wordt, zwelt hij op en blaast zijn buitenlagen de ruimte in. Wat overblijft is een klein, heel heet restje: een witte dwerg. Meestal worden planeten geboren vóórdat een ster sterft, uit een schijf van gas en stof rond een jonge ster. Maar hier lijkt het anders te zijn gegaan: na de dood van de ster bleef er puin achter, en uit dat puin ontstond mogelijk een nieuwe planeet. De witte dwerg vangt stukjes van die planeet in, en die stukjes zijn terug te vinden in de atmosfeer van de ster — als een soort forensisch spoor. Vandaar de naam 'tweede generatie': een planeet die niet uit de ster zelf is geboren, maar uit zijn restanten.